Blad om je antwoorden op te schrijven kun je hierboven vinden. (Klik op het plaatje),
of in de 3e kolom in het blauwe vak:
(1e link: verwerkingsblad).
(Vraag aan je leerkracht wat je moet doen).
1.
De eerste stoommachine
werd niet door deze man uitgevonden, maar hij wordt eigenlijk wél als de uitvinder
van de stoommachine gezien, omdat door zijn werk en uitvindingen de
stoommachine eigenlijk pas goed gebruikt kon worden.
2.
Door de uitvinding van de stoommachine kwam de industriële
revolutie op gang.
Er ontwikkelde zich ook een nieuw soort vervoermiddel.
3.
Kijk naar het begin van de Klokhuisaflevering.
Vertel in je eigen woorden hoe een stoommachine werkt.
Zet in elk tekstvak op je werkblad één of
twee zinnen.
Gebruik het woord dat in elk tekstvak staat.
De stoom blaast steeds afwisselend tegen de rechter en de
linkerkant van de stang.
Op deze manier gaat de stang alsmaar heen en weer.
Aan deze stang zit een wiel vast dat ronddraait. Met die rondraaiende beweging
kun je allemaal dingen doen.
5.
In het
vervolg van de aflevering van het Klokhuis, zie je dat de ketel met water
gestookt wordt met brandstof.
6.
Een stoomtrein is eigenlijk een hele grote stoommachine op
wielen. Maar hij werkt precies hetzelfde.
Kijk eens goed naar het filmpje.
Klik steeds op het pijltje aan de rechterkant
van het plaatje.
Lees ook goed wat erbij staat.
Vertel daarna in je eigen woorden hoe de wielen van de trein gaan draaien.
7.
In het einde van de 19e eeuw reed de eerste
stoomtrein in Nederland.
9.
Maak je eigen stoomboot.
Zorg dat je alle materialen hebt.
Doe het NIET alleen, maar vraag een volwassene om je hiermee te helpen.
Je werkt namelijk met brandbaar materiaal!
Doet je boot het?
Veel succes!
10.
De animatie laat je zien hoe het oudste stoomgemaal van Nederland werkt.
De Cruquius pompte het water op naar de Haarlemmer ringvaart.
Je kunt hem ook stap voor stap laten werken.
De Cruquius is nu een museum.
LEES DIT EERST
In dit webpad ga je vragen beantwoorden en opdrachten uitvoeren.
Om de antwoorden te vinden zul je verschillende websites bezoeken.
Deze sites kun je vinden in de 3e kolom in het blauwe vak.
Soms moet je een stukje lezen, een filmpje bekijken, of ergens naar luisteren.
Doe dit zo goed mogelijk!
Doe dit ook eerst, vóórdat je een antwoord wilt gaan opschrijven.
(Je hoeft dan niet meteen hulp te vragen)
Schrijf de antwoorden in het Worddocument (verwerkingsblad) dat je in de 1e kolom kunt vinden (bijna bovenaan) , of bij de 1e link in het blauwe vak hieronder.
Na de gewone vragen staan ook nog een aantal "doe-opdrachten".
Deze opdrachten kun je alleen of samen uitvoeren.
Aan het eind van het webpad, of misschien mag het wel tussendoor.
Vraag aan je meester of juf wat je mag doen.
Veel succes met dit webpad!
meester Jack Nowee